Jeugd
![]() Elke dag gebeurt er een klein wonder: de zon komt op, een nieuw begin. Het laat zien dat er altijd een nieuw begin mogelijk is, hoe donker de nacht ook geweest is. In de veertigdagentijd leven we toe naar Pasen, het feest van het nieuwe begin. We lezen verhalen die toekomstgericht zijn: er worden nieuwe mogelijkheden geopend, nieuwe kansen voor het leven. Zo lezen we over Jezus, die veertig dagen in de woestijn is en daarna aan zijn verkondiging begint. We horen over de verheerlijking op de berg en over een vijgenboom die nog een kans krijgt. Over de verloren zoon, over oneerlijke oppassers en over de intocht van Jezus in Jeruzalem. En natuurlijk over het lege graf op de paasmorgen: God maakt een onvoorstelbaar nieuw begin. 30 maart Wat een feest! Een vader heeft twee zoons. De jongste gaat op reis en maakt al zijn geld op. Als hij thuiskomt is het feest, want de vader heeft zijn verloren kind teruggevonden. De oudste zoon is boos omdat zijn broer een feest krijgt. Zou de oudste zoon alsnog het feest mee komen vieren? 6 april Is het van jou? Een man gaat op reis en vraagt oppassers om op zijn wijngaard te passen. Maar als de oogsttijd aanbreekt, doen zij alsof de wijngaard van hen is. De eigenaar stuurt verschillende knechten en uiteindelijk zelfs zijn zoon, maar ze hebben geen respect voor hem. Daarom moet de eigenaar uiteindelijk zelf komen om een nieuw begin te maken. 13 april Is dit jouw koning? Jezus rijdt op een ezel naar Jeruzalem, waar Hij wordt toegejuicht als koning: ‘Gezegend Hij die komt als koning, in de naam van de Heer!’ De farizeeën zeggen dat Jezus zijn leerlingen moet laten ophouden, maar Jezus antwoordt dat dit niet te stoppen is. 20 april Een nieuwe dag Jezus is gestorven en begraven. Op de derde dag, vroeg in de morgen, gaat Maria van Magdala naar het graf. Daar ziet ze dat de steen is weggerold. Later ziet ze iemand van wie ze denkt dat het de tuinman is, maar als hij haar naam noemt weet ze het: Jezus leeft! Hij is opgestaan! Zo laat God een nieuwe dag aanbreken. | ||
terug | ||